Wet- en regelgeving rondom composteerbare producten
In het kader van de
toenemende
afvalproblematiek heeft de Europese Unie bepaald dat lidstaten moeten zorgen
voor minder verpakkingsafval en meer recycling (hergebruik). De doelen zijn
vastgelegd in de Europese Richtlijn voor verpakkingen en verpakkingsafval
(94/62/EC) waarvan momenteel een herziene versie voorligt bij het Europese
parlement. Lidstaten hebben de Europese richtlijn in wetten uitgewerkt en
opgelegd. Nederland heeft gekozen voor een convenant, waarin bedrijfsleven en
overheid harde afspraken hebben gemaakt om tegen lage kosten snel en efficiënt
tot milieuresultaat te komen. In het Convenant Verpakking III heeft het
Nederlandse bedrijfsleven zich verplicht in 2005 ten minste 70% van alle
verpakkingsmaterialen te hergebruiken (zie ook onderstaande tabel). Er mag
maximaal nog maar 850 kiloton worden verbrand. Storten is uit den boze.
|
Doelen Convenant Verpakkingen |
Realisatie 2001 |
Doelen Convenant Verpakkingen III |
|
|
Karton/papier Glas Metalen Kunststof hergebruik Kunststof nuttige toep. Hout |
85% 90% 80% 27% 8% 15% |
66% 78% 78% 24% 15% 27% |
75% 90% 80% 30% 15% 25% |
|
Totaal (excl. hout) |
65% |
61% |
70% |
Doelstellingen voor hergebruik in Convenant Verpakkingen.
Kunststof verpakkingsafval dat afkomstig is van huishoudens, is doorgaans te vuil en te divers van samenstelling om gemakkelijk te kunnen recyclen. Het composteren van huishoudelijk verpakkingsafval zou als alternatieve hergebruikvorm (nuttige toepassing) kunnen helpen om de gestelde percentages te kunnen halen. Daartoe is het noodzakelijk dat composteerbare verpakkingen samen met het GFT-afval ingezameld en vervolgens gecomposteerd mogen worden.
Op dit moment bepaalt het GFT-besluit welk afval als GFT-afval mag worden bestempeld om te worden verwerkt tot compost. Deze wet bevat als bijlage een lijst met producten die, hoewel strikt genomen geen groente-, fruit- of tuinafval zijn, toch via de GFT-container ingezameld mogen worden. Voorbeelden zijn theezakjes, koffiefilters, kattenbakvulling met Milieukeur. Daarnaast wordt een aantal producten door de composteerders gedoogt (bijvoorbeeld papieren of kunststof GFT-zakken). Echter, dat is vaak slechts lokaal geregeld en kan dus voor onduidelijkheid zorgen bij consumenten.
Recentelijk hebben de Belangenvereniging Composteerbare Producten Nederland (BCPN) en de Vereniging van Afvalverwerkers (VVAV) de handen ineengeslagen om een einde te maken aan die onduidelijkheid. Met de implementatie van een gedegen identificatie en certificatie-systeem kan helder gemaakt worden voor de consument welke materialen niet en welke wél composteerbaar zijn en dus bij het GFT-afval mogen. Het Ministerie van VROM, verantwoordelijk voor het Nederlandse afvalbeleid, overweegt thans hoe dit systeem in wetgeving moet worden opgenomen zodat het landelijk kan worden ingevoerd